Collectie Fruin

Jacobus Anthonie Fruin (1829-1884)

Jacobus Anthonie Fruin werd geboren te Rotterdam op 8 juni 1829. Hij studeerde rechten in Leiden en promoveerde daar op 20 februari 1854. In 1859 werd Fruin benoemd tot hoogleraar Nederlands privaatrecht, burgerlijk- en handelsrecht en burgerlijke rechtsvordering aan de Universiteit van Utrecht, als opvolger van prof. van Hall. Fruins interesse lag vooral bij de geschiedenis van het recht. Hij publiceerde ook een serie Nederlandse wetboeken. Van 1865-1866 en van 1878-1879 was hij rector magnificus in Utrecht, en vanaf 1877 tot aan zijn dood op 1 november 1884 had hij zitting in de Utrechtse gemeenteraad. In 1867 werd hij benoemd tot lid van de KNAW. Zijn opvolger als hoogleraar was Willem Molengraaff.

In de collectie bevinden zich o.a. brieven van Pieter Philip van Bosse, F.C. Donders, C.W. Opzoomer, S. Vissering en G.W. Vreede.

Onderwerp:Nederlandse rechtsgeschiedenis, Nederlandse geschiedenis, recht
Jaar uitgave:ca. 1860-1884
Omvang:ca. 50 cm
Documentsoort:handschrift: brieven, collegedictaten
Ontsluiting:getypte inventaris
Algemene literatuur:

A.A. de Pinto, "Levensbericht van mr. J. A. Fruin", in: Jaarboek van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen, gevestigd te Amsterdam, (1885), 1-41.

Brugmans, "Fruin (Jacobus Anthonie)", in: Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek 7 (1927), 450-452. 

Wikipedia

Catalogus Professorum

Repertorium bijzondere collecties. Den Haag, 1997, 294-295.

"Wetenschap en wereld : het leven van de professor in brieven", in: Marco van Egmond, Bart Jaski en Hans Mulder (eds.), Bijzonder onderzoek : een ontdekkingsreis door de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Utrecht. Utrecht, 2009, 66-71.

Opmerkingen:onbeperkt toegankelijk. De stukken zijn geplaatst op signatuur Hs. 7*.F.8-10, Hs. 8.N.28, nr.6, Hs. 8*.E.15-17, Hs.9.D.7-11 en Hs. 10.D.3-4. 9 brieven aan J.A. Fruin zijn geplaatst op signatuur Hs. 8* E 17-19.
Groei:afgesloten
Overige informatie:de brieven van Fruin zijn in 1908 geschonken door mr. J.F.B. Baert, de brieven aan Fruin zijn in 1910 door Fruins weduwe A.C. Schneither geschonken aan de universiteit. Van de rest is de herkomst onbekend.