Collectie Geyl

 

 

Pieter Catharinus Arie Geyl (1887-1966)

Pieter Geyl werd op 15 december 1887 geboren als Pieter Catharinus Arie Geijl. Zijn ouders waren de medicus Arie Geijl en Alida Charlotte Albertina van Erp Taalman Kip. In zijn latere leven bezigde Geijl de spelling Geyl, omdat buiten het Nederlands taalgebied de ij onbekend is.

Pieter Geyl volgde het gymnasium in Den Haag en ging in 1906 aan de Rijksuniversiteit te Leiden Nederlandse taal- en letterkunde studeren. Zijn belangstelling ging tijdens zijn studie meer en meer uit naar geschiedenis en in 1913 promoveerde hij op een historisch onderwerp met het proefschrift Christofforo Suriano, resident van de serenissime republiek van Venetië in Den Haag, 1616-1623.

Hij was kort leraar aan het gymnasium te Schiedam en werd in 1913 benoemd tot correspondent van de Nieuwe Rotterdamsche Courant in Londen. In 1919 werd hij hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan het University College van de Londense Universiteit. Eind 1935 volgde hij de Utrechtse historicus prof. dr. G.W. Kernkamp op als hoogleraar in de algemene en vaderlandse geschiedenis.

Al in zijn Londense jaren had Geyl zich sterk betrokken gevoeld bij de Vlaamse Beweging en zich daadwerkelijk ingezet voor de verbetering van de positie van Vlamingen in België en de betrekkingen tussen Nederland en Vlaanderen. In zijn magnum opus, De geschiedenis der Nederlandsche stam, verdedigde Geyl het standpunt dat de ideale Nederlandse staatkundige gemeenschap die van de taaleenheid zou zijn. Deze zienswijze bracht hem meer dan eens in moeilijkheden en speelde hem ook parten bij zijn benoeming in Utrecht. Zowel in de faculteit als elders leefde de vrees, dat Geyls verdeding van de Groot-Nederlandse gedachte zou leiden tot een sympathie voor het nationaal-socialisme. Geyl heeft zich echter als goed democraat en sympathisant van de sociaal-democratie altijd tegen het nationaal-socialisme verzet, en onderkende al in een vroeg stadium de gevaren van Hitler-Duitsland. Het is dan ook geen wonder dat de Duitsers hem op 7 oktober 1940 in gijzeling namen. Tot in februari 1944 zat hij gevangen, eerst in Buchenwald, later in Haaren en Sint-Michielsgestel.  In 1942 werd hij door de Duitse bezetter als hoogleraar ontslagen. In 1945 werd hij in zijn ambt hersteld. Hij bekleedde de functie van hoogleraar tot zijn emeritaat in 1958.

Geyls werk als historicus in voor de vaderlandse geschiedenis van grote betekenis geweest. Het afwijzen van de beoefening van de vaderlandse geschiedenis vanuit het vaderland-denkbeeld én zijn kritische beschouwingen over de politiek van de Oranjestadhouders hebben blijvende correcties in het geschiedbeeld opgeleverd.

Pieter Geyl is twee keer getrouwd geweest. Eerst met Maria Cornelia van Slooten (1884-1933) en na haar overlijden met Garberlina Kremer (1902-1980). Geyl overleed op 31 december 1966 in Utrecht.

In een beschikking van 21 juni 1961 schonk Geyl zijn gehele archief aan de Universiteit Utrecht. In 1971 werd met de erven Geyl overeengekomen dat zaken m.b.t. het privéleven van Geyl alleen met toestemming van de familie gepubliceerd mochten worden. Voor de publicatie van Geyls autobiografie werd die toestemming verkregen, en in de toekomst hoeft men hier geen toestemming meer voor te vragen.

Onderwerp:Nederlandse geschiedenis (16e - 18e eeuw), Vlaams-Nederlandse betrekkingen, historiografie, cultureel en intellectueel leven in Nederland (20e eeuw)
Jaar uitgave:ca. 1900-1966
Omvang:ca. 30 meter
Documentsoort:handschrift: brieven (vaak met doorslagen van Geyls antwoorden), overdrukken, recensies, krantenknipsels, persoonlijke aantekeningen, artikelen, etc.
Ontsluiting:getypte inventaris. T/m begin jaren 1920: inventaris door Rowan Huiskes
Algemene literatuur:

Wikipedia

Catalogus Professorum

Utrechtse Keur der Wetenschap

H. van der Hoeven, "Geijl, Pieter Catharinus Arie (1887-1966)", in: Biografisch woordenboek van Nederland 1 (1979).

Pieter Geyl, Ik die zo weinig in mijn verleden leef : autobiografie 1887-1940. Red. Wim Berkelaar, Leen Dorsman, Pieter van Hees. Utrecht, 2009.

P. van Hees, Pieter Geyl (1887-1966) : hoogleraar geschiedenis. Amsterdam [etc.], 1996 (Utrechtsche biografieën ; 3).

Hermann Walther von der Dunk, Pieter Geyl, 15 december 1887 - 31 december 1966. Amsterdam, 1967 (AO-reeks ; 1146).

P. Geyl, Pennestrijd over staat en historie : opstellen over de vaderlandse geschiedenis aangevuld met Geyl's levensverhaal (tot 1945). Groningen, 1971 (Historische studies ; 27).

Hans Rudolf Guggisberg, Drei niederländische Geschichtsschreiber des 20. Jahrhunderts : Ideen und Wirkungen. Bonn, 1972 (Nachbarn ; 15).

George Puchinger, Herinneringen aan Geyl. Delft, 1972.

J.C. Boogman,  "De historicus Pieter Geyl, aktivistisch strijder en reformistisch conservatief", in: Ons erfdeel 16 (1973), 54-58.

Louis Vos, "De eierdans van P. Geyl : de grootnederlandse politiek in de jaren twintig", in: Bijdragen en mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden 90, no. 3 (1975),  445-457.

C.H.E. de Wit, Het ontstaan van het moderne Nederland 1780-1848 en zijn geschiedschrijving. Oirsbeek, 1978.

P. van Hees, "De historische kring te Utrecht, 1947-1957", in: Maandblad Oud-Utrecht 55 (1982), 201-209.

P. van Hees, "Leuvens recidivisme : het gebruik door prof. dr. L. Wils van de briefwisselingen Geyl en Vlaanderen en Gerretson-Geyl", in: Wetenschappelijke tijdingen 42 (1983), 44-58.

P. van Hees, "Van Nederlandsche historiebladen tot Bijdragen voor de geschiedenis der Nederlanden", in: Tijdschrift voor geschiedenis 99 (1986), 476-506.

H.W. von der Dunk, "Pieter Geyl : history as a form of self-expression", in: Cultuur en geschiedenis : negen opstellen. Bilthoven, 1990, 37-64.

Jo Tollebeek, De toga van Fruin : denken over geschiedenis in Nederland sinds 1860. Amsterdam, 1990, 321-384.

Archief Geyl

P. van Hees, Bibliografie van P. Geyl. Groningen, 1972 (Historische studies ; 28). [NB: vooral 118-123: "Overzicht van het archief van Prof. Dr. P. Geyl"].

L.J. Rogier, "Herdenking van P. Geyl", in: Herdenken en herzien. Bilthoven, 1974, 350-389.

P. Geyl. Geyl en Vlaanderen : uit het archief van P. Geyl. Red. P. van Hees en A.W. Willemsen, 3 dl. Antwerpen [etc.], 1973-1975.

Briefwisseling Gerretson-Geyl. Red. P. van Hees en G. Punchiger, 5 dl. Baarn, 1979-1981.

Handschriften en oude drukken van de Utrechtse Universiteitsbibliotheek. Utrecht, 1984, 291-292.

Opmerkingen:er bevindt zich ook correspondentie van Pieter Geyl in de collecties Kernkamp, Oppermann en Ritter
Groei:afgesloten
Overige informatie:na het overlijden van Pieter Geyl door de erfgenamen aan de Universiteit Utrecht overgedragen