
Exterieur (foto A.W. van Leeuwen ca. 1900); interieur van het Utrechtsch Leesmuseum (Mariaplaats 22) te Utrecht omstreeks 1900: de klassiek gedecoreerde kamer van dr. G.C.J. Vosmaer, bibliothecaris van het Leesmuseum (fotograaf onbekend; collectie Het Utrechts Archief); boekstempel
Utrechtsch Leesmuseum
Het Leesmuseum in Utrecht werd opgericht in 1838 in een gebouw aan het Oudmunsterkerkhof (tegenwoordig Domplein) dat oorspronkelijk bedoeld was voor de universiteit, maar ongeschikt bleek voor colleges. Het Leesmuseum was een letterkundig-wetenschappelijk genootschap, dat voordrachten organiseerde en een bibliotheek had van boeken die niet uitgeleend werden, maar wel ter plekke gelezen konden worden. Lidmaatschap was duur en dus exclusief. Hoogleraren en predikanten werden automatisch toegelaten. Vanaf het begin was er een nauwe band met de universiteit, niet alleen qua leden, maar ook met de Universiteitsbibliotheek (hoewel die pas in 1892 contractueel werd vastgelegd). De beschikbare tijdschriften en binnen- en buitenlandse dagbladen werden, na een periode bij het museum, geschonken aan de Universiteitsbibliotheek Utrecht. In 1860 was het museum geabonneerd op zo’n 40 dagbladen en meer dan 160 tijdschriften. Het museumgebouw, dat tegen de pandhof van de Dom stond, werd afgebroken in 1891 voor de bouw van het Academiegebouw. De vereniging nam toen haar intrek in het pand Keistraat 2, maar toen de compensatie voor deze verhuizing werd gestopt, kwam het museum in financiële problemen.
Op 11 juni 1896 maakte het museum een doorstart onder de naam ‘Utrechtsch Leesmuseum’. Het bestuur bestond uit H. Royaards van Scherpenzeel, J.J.P. Valeton jr., J.H. Gallée, C.R. Merkus en zoöloog G.C.J. Vosmaer (bibliothecaris). Het leesmuseum telde meerdere leeszalen en een spreekkamer en was gevestigd op Mariaplaats 22 van 1896 tot 1910 (Villa Westrenen). Het verhuisde naar Biltstraat 74 van 1910 tot 1912, Kromme Nieuwegracht 1 tot 1917 en uiteindelijk Kruisstraat 5 van 1917 tot 1930. Het Utrechtsch Leesmuseum telde op 1 januari 1920 140 gewone en 22 buitengewone leden, maar verloor met de opkomst van de openbare leeszaal (voorganger van de Openbare Bibliotheek Utrecht) aan populariteit.
Het archief van het Leesmuseum en haar voorganger werd in 1933, drie jaar na de opheffing van de vereniging, geschonken aan de Gemeente Utrecht.
| Onderwerp: | algemene wetenschappen, theologie |
| Jaar uitgave: | 1841-1925 |
| Omvang: | nader te bepalen (minstens 142 titels) |
| Documentsoort: | gedrukt werk: boeken, brochures, kranten en tijdschriften |
| Ontsluiting: |
Catalogus van boeken en periodica aanwezig op het Utrechtsch Leesmuseum. Utrecht, Kemink & Zoon, 1900. Catalogi van boeken en periodieken met supplement en lijsten van aanwinsten, (1910)-1928 (Archief Vereniging het Utrechts leesmuseum te Utrecht), inv.nr. 15. gedeeltelijk ontsloten via WorldCat op provenance Leesmuseum (Utrecht) |
| Algemene literatuur: | Vier eeuwen Universiteitsbibliotheek Utrecht. Utrecht, 1986, p. 186-189. A. van Hulzen, “Utrechtsch Leesmuseum was voor ontwikkelden”, in: Utrechts Nieuwsblad, 21-05-1977, p. 2. Arjan den Boer, “Verdwenen musea: het Leesmuseum aan het Domplein“, in: DUIC (online 8-2-2019). Arjan den Boer, “Villa Westrenen aan de Mariaplaats“, in: DUIC, 3-2-2024, nr, 259, p. 17 (online 16-2-2024). Vereniging het Utrechts leesmuseum te Utrecht (archiefinventaris) |
| Opmerkingen: | |
| Groei: | afgesloten |
| Overige informatie: |