Het takelen van een walviskop langs de voorgevel van het Zoölogisch Museum en Laboratorium Janskerkhof 3. (foto: L.H. Visser-Schipper, catalogusnummer 603594 / collectie Het Utrechts Archief); boekstempel
Zoölogisch Museum
Het zoölogisch museum is begonnen met de door koning Willem I in 1816 aangekochte en gedoneerde collectie van anatomische preparaten en skeletten die was verzameld door arts en hoogleraar Jan Bleuland (1756-1838). Later werd deze aangevuld met de wasmodellen van zijn leerling Petrus Koning (1835) en de eveneens oorspronkelijk thuis verzamelde collectie van diergeneeskundige Theodoor Gerard van Lidth de Jeude (1788-1863). Deze bestond voornamelijk uit opgezette vogels. De collecties waren te zien in de voormalige Statenkamer aan het Janskerkhof 3. Tot 1888 was de huisvesting van het museum gebrekkig. Hoogleraar Ambrosius A. W. Hubrecht (1853-1915) zorgde voor grote verbeteringen aan het gebouw, zodat de collecties beter zichtbaar zouden zijn. Na een restauratie die 14 jaar duurde, kon het museum in 1902 worden heropend.
Het museum heette ook wel Zoölogisch Laboratorium, en kortstondig ook Museum van Natuurlijke Historie. Eind 19e eeuw viel de verzameling uiteen. Het medische deel bleef bewaard als Anatomisch Museum Bleulandinum, nog altijd onderdeel van het Academisch Ziekenhuis (UMC). Het dierkundige deel kwam bij het Universiteitsmuseum terecht. Dr. Hermann Jacques Jordan (1877-1943), was vanaf 1 januari 1914 als assistent voor vergelijkende fysiologie aan het Zoölogisch Laboratorium verbonden. De behuizing van zijn laboratorium werd langzamerhand te krap. De vroegere Statenkamer op het Janskerkhof, waarin eerst zowel de anatomie en de geologie als farmacie, anorganische chemie en zoölogie gehuisvest waren geweest, werd langzamerhand voor een groot deel tot zoölogisch instituut of zoals het officieel heette tot Museum voor Natuurlijke Historie — ingericht. In 1949/50 moest een vleugel van het museum worden ontruimd vanwege ruimtegebrek en werd een deel van de historische collectie overgebracht naar het Universiteitsmuseum. Omstreeks 1964 verhuisde het Zoölogisch Museum tijdelijk naar de Rijnkade (naast het SHV-kantoor). De overgebleven medische stukken gingen naar de Catharijnesingel.
In 1975 opende het Zoölogisch Museum aan de Plompetorengracht 9. Preparaten, glasmodellen, opgezette dieren en skeletten gaven een overzicht van het dierenrijk. In een oude gymzaal achter het gebouw stond het originele Bleuland-kabinet, een kastwand van 17 meter. Deze zou later een prominente plaats krijgen in het nieuwe Universiteitsmuseum aan de Lange Nieuwstraat.
In 1989 werd de bibliotheek geliquideerd. De moderne boeken werden verdeeld over de vakbibliotheken van Diergeneeskunde, Geschiedenis der Natuurwetenschappen (Gesnat) en FSB (Farmacie, Scheikunde en Biologie). Oude drukken werden overgedragen aan de bibliotheek van Gesnat. Dubbelen en in depot gegeven boeken door de AB (Algemene Bibliotheek), werden overgeplaatst naar de Universiteitsbibliotheek. De AB is intussen onderdeel van de Universiteitsbibliotheek, net als de genoemde vakbibliotheken.
Directeuren van het Zoölogisch Museum waren o.a. de bovengenoemde prof.dr. Hubrecht (van 1888? tot 1915), prof.dr. Hugo F. Nierstrasz (van 1916 tot 1937), prof.dr. Christiaan P. Raven (van 1938 tot na 1948). Conservatoren waren o.a. achtereenvolgens Cornelis Mulié (1873-1878?), dr. R. Horst (1877?-1882?), dr. Anthonie C. Oudemans (1882-1886), C.H. van Herwerden (1886-?), mej. Lubbina Schilthuis (1888-1892), J.P. Dreckmeier (1900-?), J.G. de Groot (1902-1921?), dr. Géza Entz (1922?-1929), dr. J.H. Schuurmans Stekhoven Jr. (1933-1946), prof. L.H. Bretschneider (1946-na 1948), Dr. P.J. Kipp (?-1970?), D. van der Tooren (1970-?)
| Onderwerp: | zoölogie |
| Jaar uitgave: | nader te bepalen [ca. 1684-na 1989] |
| Omvang: | minstens 93 titels |
| Documentsoort: | gedrukt werk: boeken, tijdschriften |
| Ontsluiting: | voor een klein deel ontsloten via WorldCat op provenance Zoölogisch Museum en Laboratorium der Rijksuniversiteit te Utrecht (Utrecht) titellijst oude en kostbare drukken |
| Algemene literatuur: | “Het zoölogisch museum van professor van Lidth de Jeude te Utrecht”, in: Astrea, jg. 1 (1851) 20-23. P.J. Kipp, “Wij richten de schijnwerper op … het Zoölogisch Museum”, in: Solaire reflexen : orgaan voor het technisch, administratief en overig personeel der , Rijksuniversiteit te Utrecht, jg. 8 (1962), nr. 1 (februari) p. 1-2. P.J. Kipp, De evolutie van een gebouw : Janskerkhof 3 : klooster, statenzaal, laboratorium. Utrecht, z.pl., 1974. (Aangeboden aan prof. dr. Christiaan Pieter Raven bij zijn afscheid als hoogleraar in de zoölogie, de dierengeografie en de vergelijkende anatomie namens de medewerkers van het Zoölogisch Laboratorium te Utrecht). B. Kieboom, “Zoölogisch museum na 160 jaar nu ook open voor het publiek”, in: Utrechts universiteitsblad” jg. 7 (1975/76), nr. 20 (9 januari 1976), p. 3. D. van den Tooren, “Zoologie : het Zoölogisch Museum der Rijksuniversiteit te Utrecht”, in: 350 jaar verzamelaar : Rijksuniversiteit Utrecht / [samenst.: Sandra van de Griendt en Edward Niessen]. – [S.l.] : [s.n.], [1986]. – P. 48-53. Arjan den Boer, “Verdwenen musea: Zoölogisch Museum aan het Janskerkhof“, in: DUIC, 22 maart 2019. Arjan den Boer, “Tijdlijn: 90 jaar Universiteitsmuseum“, in: DUIC, 26 november 2018. P. Smit, ‘Jordan, Hermann Jacques (1877-1943)‘, in Biografisch Woordenboek van Nederland. (Huygens Instituut, 12-11-2013) Caroline Pelser, ‘Janskerkhof 3 Utrecht‘ (huizenaanhetjanskerkhof.nl, 08-03-2012, geactualiseerd 23-11-2024) Th.G. van Lidth de Jeude (Wikipedia) Ambrosius Hubrecht (Wikipedia) Anthonie Cornelis Oudemans (Wikipedia) Lubbina Schilthuis (Wikipedia) |
| Opmerkingen: | |
| Groei: | afgesloten |
| Overige informatie: |